Wat zijn de wijzigingen voor HR in 2019?

By september 19, 2018Nieuws

Tijdens Prinsjesdag worden de veranderingen voor het komende jaar bekend gemaakt, zo ook afgelopen dinsdag 18 september. De koopkracht zal een beetje stijgen volgens het kabinet Rutte III. Dit betekent echter wel dat werkgevers en vakbonden moeten zorgen voor hogere lonen. Volgend jaar zijn er voor HR-afdelingen weer veel wijzigingen, zoals de verlaging van de loonbelasting,  de aanmoediging voor 3% meer loon en de nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB).

Loonbelasting omlaag, BTW omhoog

Het kabinet vindt dat mensen in hun eigen portemonnee moeten gaan merken dat de economie is verbeterd. Hierdoor wordt de loonbelasting verlaagd. De belastingschijf waarin de meeste mensen belasting betalen, daalt in 2019 van 40,85 procent naar 38,10 procent. Daarnaast worden de heffingskortingen verhoogd.

De dividendbelasting wordt afgeschaft om Nederland aantrekkelijk te houden voor multinationals. Deze afschaffing is alvast meegenomen in het Belastingplan 2019, maar vindt pas plaats in 2020. Om de verlaging van de tarieven in de inkomstenbelasting te dekken wordt het lage BTW  verhoogd van 6 procent naar 9 procent per 1 januari 2019. Dit zullen we merken in zowel onze dagelijkse boodschappen als in diensten die wij afnemen, zoals een kapper en een tuinman.

Koopkracht stijgt, maar dan moeten de lonen ook stijgen

De koopkracht onder werkenden zal het meest stijgen. Gemiddeld wordt er uit gegaan van een koopkrachtstijging van 1,5 procent Het kabinet gaat er dan wel vanuit dat de lonen gemiddeld met 3 procent zullen stijgen. Ze moedigen werkgevers dan ook aan om hun werknemers meer te belonen.

30%-regeling verkort naar vijf jaar

De 30%-regeling is bedoeld om buitenlandse werknemers uit het buitenland te binden wanneer het werk niet door Nederlandse werknemers kan worden verricht. Werkgevers mogen voor hen 30 procent van het loon onbelast laten. Daarmee ontvangen zij dus meer netto loon. Deze 30%-regeling wordt per 1 januari 2019 verkort van acht jaar naar vijf jaar. Er zal geen overgangsregeling zijn. Dit betekent dat de 30%-regeling per 1 januari 2019 niet meer kan worden toegepast op medewerkers met beschikkingen met een einddatum voor 1 januari 2022, gezien de regeling met drie jaar is verkort.

Op 15 november 2018 zal de definitieve stemming plaatsvinden over dit voorstel door de Tweede Kamer. Daarna zullen de plannen nog moeten worden goedgekeurd door de Eerste Kamer. Er zijn al allerlei discussies gevoerd over dit onderwerp, waardoor het waarschijnlijk is dat deze maatregel uitgevoerd zal worden.

Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB)

Op 9 april j.l. is de overheid een internetconsultatie gestart voor de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Burgers konden dan het wetsvoorstel lezen en hun ideeën delen. In deze wet staan maatregelen voor flexibele arbeid, het ontslagrecht en de financiering van de WW. In het najaar gaat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Met deze wet moet het voor werkgevers aantrekkelijker worden om werknemers in (vaste) dienst te nemen. De mogelijkheden voor de proeftijd wordt verruimt, er komt een cumulatiegrond voor redelijke gronden voor ontslag en het verschil in de kosten van ontslag tussen vaste contracten en flexibele contracten wordt kleiner. Daarnaast gaan werkgevers die vaste contracten aanbieden een lagere WW-premie afdragen.

De periode waarna opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd wijzigt van twee naar drie jaar. Het kabinet wil de positie van oproepkrachten versterken.

Compensatie voor transitievergoeding

Vanaf 1 april 2020 worden werkgevers gecompenseerd voor verstrekte transitievergoedingen aan werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd na langdurige arbeidsongeschiktheid. De regeling heeft een terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Daarnaast worden kleine werkgevers bij de transitievergoeding ook nog gecompenseerd als er sprake is van ontslag als gevolg van bedrijfsbeëindiging, pensionering of ziekte. Voor kleine werkgevers blijft ook de wet van toepassing waarin de transitievergoeding gecompenseerd kan worden indien een werknemer wordt ontslagen na twee jaar ziekte.

Verhoging wettelijk minimumjeugdloon

Per 1 juli 2019 krijgen werknemers vanaf 21 jaar (in plaats vanaf 22 jaar) recht op het volledig minimum jeugdloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar omhoog. Deze loonkostenstijgingen worden gecompenseerd door het minimumjeugdloonvoordeel.

Wijziging Wet arbeid en zorg

Per 1 januari 2019 wijzigt de Wet arbeid en zorg op de volgende twee onderdelen: het pleegzorg- en adoptieverlof wordt verlengd van vier weken tot zes weken. Het verlof geldt voor beide ouders en tijdens dit verlof wordt een uitkering verstrekt ter hoogte van het (maximum)dagloon. Het kraamverlof wordt uitgebreid tot geboorteverlof. Kraamverlof is nu twee dagen, maar met het geboorteverlof kan er eenmaal de wekelijkse arbeidsduur aan verlof worden opgenomen. Hierbij wordt het loon behouden. Dit geboorteverlof valt onder de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG). De echtgenoot/echtgenote of de geregistreerd partner van de moeder, degene die ongehuwd met haar samenwoont of degene die het kind heeft erkend heeft recht op dit verlof. Het verlof moet binnen vier weken na de dag van de bevalling worden opgenomen.

Per 1 juli 2020 kan het geboorteverlof worden aangevuld met vijf keer de wekelijkse arbeidsduur van het geboorteverlof. Tijdens dit aanvullende geboorteverlof krijgt de werknemer een uitkering ter hoogte van 70% van zijn (maximum)dagloon.

Wijziging in pensioenstelsel

Het kabinet wil het pensioenstelsel veranderen om te voorkomen dat het draagvlak voor het stelsel langzaam afneemt. Ze heeft de SER gevraagd om advies uit te brengen over het pensioenstelsel. Hierbij is een akkoord met werkgevers en vakbonden belangrijk, vanwege het arbeidsvoorwaardelijke karakter van het aanvullend pensioen. Het moet ook aantrekkelijker worden voor ZZP’ers om pensioen op te bouwen door meer keuzemogelijkheden te introduceren.

Vanaf september 2019 wordt op www.mijnpensioenoverzicht.nl het te verwachten pensioen uitgedrukt in drie scenario’s: een verwacht, een optimistisch en een pessimistisch scenario. Zo krijgen de deelnemers meer inzicht in hun te verwachten pensioen dan dat ze nu hebben, er wordt dan ook duidelijk gemaakt dat dit pensioen hoger of lager kan worden.

Per 1 januari 2019 gaat de automatische waardeoverdracht van kleine pensioenen van start (minder dan 474,11 euro bruto per jaar, bedrag over 2018). Vanaf dit moment is de afkoop van een klein pensioen niet meer mogelijk. Pensioenuitvoerders dragen zoveel mogelijk kleine pensioenen over aan de pensioenuitvoerder waar op dat moment pensioen wordt opgebouwd. De hele kleine pensioenen ( van 2 euro of minder bruto per jaar) vervallen per 1 januari 2019 om de kosten bij de pensioenuitvoerders te beperken.

Lees hier de wijzigingen op het gebied van Arbo in 2019.

Mariëlle

Author Mariëlle

More posts by Mariëlle

Leave a Reply